Jeugdvakantie

Als werknemer heb je recht op een aantal vakantiedagen en vakantiegeld. Normaal wordt die berekening gemaakt op basis van je tewerkstelling in het jaar voordien. Werk je bijvoorbeeld 2020 het gehele jaar, dan krijg je in 2021 4 weken betaalde vakantie. Volgens dit systeem zouden schoolverlaters voor het volgende jaar slechts recht hebben op een beperkt aantal vakantiedagen en bijbehorend vakantiegeld. Je studeerde immers tot eind juni en kon in het beste geval pas in juli aan de slag. Om dit probleem op te lossen kan je als schoolverlater recht hebben op ‘jeugdvakantie’. Indien je aan de voorwaarden voldoet heb je recht op bijkomende jeugdvakantiedagen en op de jeugdvakantie-uitkering die daarbij hoort.

Wie?

Je hebt in 2021 recht op jeugdvakantie als:

  • Je bent nog geen 25 jaar op 31/12/2020
  • Je hebt je studies beëindigd of stopgezet in de loop van 2020
  • Je hebt in de loop van 2020, na de beëindiging van je studies, in de privésector gewerkt. Je was in totaal ten minste één maand onder contract (bij één of meerdere werkgevers), en werkte minstens 13 arbeidsdagen. Een tewerkstelling als jobstudent met solidariteitsbijdrage telt niet mee. Voor de openbare sector en het onderwijs gelden nog andere regels.

Als je een alternerende opleiding volgt, heb je tijdens je opleiding wel recht op gewone betaalde vakantie (afhankelijk van hoeveel maanden opleiding je hebt gevolgd het jaar voordien) maar geen recht op jeugdvakantie. Je hebt alleen recht op jeugdvakantie het jaar nadien als je na je opleiding in hetzelfde jaar ten minste een maand werkte als loontrekkende.

Hetzelfde geldt voor als je in het kader van deeltijdse leerplicht deeltijds onderwijs volgt of als je na je 18e je studies verder zet en daarnaast deeltijdse arbeid verricht. Je hebt tijdens je periode van deeltijdse arbeid wel recht op gewone betaalde dagen als je het jaar daarvoor voldoende hebt gewerkt, maar geen recht op jeugdvakantie. Je hebt pas recht hierop als je in het jaar waarin je je studie beëindigt ten minste een maand werkte als loontrekkende. De deeltijdse arbeid die je deed tijdens je studie telt dus niet mee voor de tewerkstellingsvereiste.

Je hebt natuurlijk recht op het gewone vakantiegeld en de gewone vakantiedagen, berekend op het aantal gewerkte dagen in het vorige jaar. Daarnaast heb je recht op een aantal bijkomende jeugdvakantiedagen samen met een jeugdvakantie-uitkering, betaald door de RVA. Je hebt alles samen recht op maximum 4 weken (24 dagen in een 6-dagenweek en 20 dagen in een 5-dagenweek). De uitkering bedraagt 65% van het gemiddelde dagloon dat je verdient juist voor je eerste opgenomen jeugdvakantiedag. Dit bedrag krijg je dan ook voor alle andere jeugdvakantiedagen die je nog opneemt. Maar let op, er bestaat ook een loongrens! Er wordt geen rekening gehouden met het loon dat je verdient boven de vastgelegde loongrens van €2.323,18 bruto per maand (*). Van deze vergoeding gaat een fiscale voorheffing af van 10,09%.

(*) In sommige sectoren bestaat er een extra financiële tussenkomst door het fonds voor bestaanszekerheid, overeengekomen in de CAO (collectieve arbeidsovereenkomst). Informeer hiervoor zeker bij je vakbondsafgevaardigde of bij je beroepscentrale.

Wie

  • Je bent nog geen 25 jaar op 31/12/2019
  • Je hebt je studies beëindigd of stopgezet in de loop van 2019
  • Je hebt in de loop van 2019, na de beëindiging van je studies, in de privésector gewerkt. Je was in totaal ten minste één maand onder contract (bij één of meerdere werkgevers), en werkte minstens 13 arbeidsdagen. Een tewerkstelling als jobstudent met solidariteitsbijdrage telt niet mee. Voor de openbare sector en het onderwijs gelden nog andere regels.

Als je een alternerende opleiding volgt, heb je tijdens je opleiding wel recht op gewone betaalde vakantie (afhankelijk van hoeveel maanden opleiding je hebt gevolgd het jaar voordien) maar geen recht op jeugdvakantie. Je hebt alleen recht op jeugdvakantie het jaar nadien als je na je opleiding in hetzelfde jaar ten minste een maand werkte als loontrekkende.

Hetzelfde geldt voor als je in het kader van deeltijdse leerplicht deeltijds onderwijs volgt of als je na je 18e je studies verder zet en daarnaast deeltijdse arbeid verricht. Je hebt tijdens je periode van deeltijdse arbeid wel recht op gewone betaalde dagen als je het jaar daarvoor voldoende hebt gewerkt, maar geen recht op jeugdvakantie. Je hebt pas recht hierop als je in het jaar waarin je je studie beëindigt ten minste een maand werkte als loontrekkende. De deeltijdse arbeid die je deed tijdens je studie telt dus niet mee voor de tewerkstellingsvereiste.

Je hebt natuurlijk recht op het gewone vakantiegeld en de gewone vakantiedagen, berekend op het aantal gewerkte dagen in het vorige jaar. Daarnaast heb je recht op een aantal bijkomende jeugdvakantiedagen samen met een jeugdvakantie-uitkering, betaald door de RVA. Je hebt alles samen recht op maximum 4 weken (24 dagen in een 6-dagenweek en 20 dagen in een 5-dagenweek). De uitkering bedraagt 65% van het gemiddelde dagloon dat je verdient juist voor je eerste opgenomen jeugdvakantiedag. Dit bedrag krijg je dan ook voor alle andere jeugdvakantiedagen die je nog opneemt. Maar let op, er bestaat ook een loongrens! Er wordt geen rekening gehouden met het loon dat je verdient boven de vastgelegde loongrens van €2.323,18 bruto per maand (*). Van deze vergoeding gaat een fiscale voorheffing af van 10,09%.

(*) In sommige sectoren bestaat er een extra financiële tussenkomst door het fonds voor bestaanszekerheid, overeengekomen in de CAO (collectieve arbeidsovereenkomst). Informeer hiervoor zeker bij je vakbondsafgevaardigde of bij je beroepscentrale.

Hoe aanvragen?

Je kan je jeugdvakantiedagen opnemen het jaar nadat je bent afgestudeerd, maar enkel als je al je gewone vakantiedagen hebt opgenomen. Daarnaast moet je tewerkgesteld zijn in de privésector en mag je geen andere inkomsten hebben tijdens je jeugdvakantiedag.

  • Je vraagt bij de werkloosheidsdienst van het ABVV het formulier C103-jeugdvakantie-werknemer of je print het af van de RVA website.
  • Je werkgever doet een elektronische aangifte. De print die je hiervan ontvangt hoef je niet bij je aanvraag te steken.
  • Na je vakantie bezorg je het formulier aan het ABVV dat voor de uitbetaling zorgt.

(*) De jeugdvakantie is een recht, de werkgever kan ze niet verbieden. Je bent niet verplicht om ze (allemaal) op te nemen. De data worden in onderling overleg gekozen. Zo nodig helpt het ABVV je om dit recht te laten gelden.

En in je eerste werkjaar?

Er bestaat ook een systeem om in je eerste werkjaar al vakantiedagen te kunnen opnemen. Dit wordt het ‘Europees Verlof’ genoemd. Informeer hiervoor bij het ABVV!